Column: De nationale competitie in Zweden

Als schaakland is Zweden een maatje kleiner dan Nederland. Ze hebben één top honderd-speler ( Nils Grandelius, 2640) en een flink aantal grootmeesters van 2500+; wanneer wij ze tegenkomen op de schaakolympiade winnen we dan ook meestal met minstens 2,5-1,5.
De nationale competitie (schackallsvenskan) was eind jaren 90 van de vorige eeuw, toen ik er aan meedeed, opgedeeld in een meesterklasse, eerste divisie noord en zuid, en daarna de regionale klassen.
Wonend in een gemeente net buiten Stockholm, koos ik de dichtstbijzijnde schaakclub,
Haesselby schack, dat net gepromoveerd was naar 1 noord. Een nóórd hoor ik u denken? Stockholm ligt toch duidelijk in het geografische zuiden van het land!


Welnu, alle grote, dichtbevolkte steden liggen in het zuiden en daar bevinden zich derhalve de meeste clubs. Om het een beetje gelijk te trekken worden sommige clubs uit Stockholm in “noord” ingedeeld, waaronder Haesselby dat seizoen.
In de zuidelijke competitie zie je veel Deense en Baltische schakers, in het noorden meer Finnen.
Ook Nederlanders spelen tegenwoordig competitie in Zweden, GM Thomas Beerdsen speelt voor Helsingborg en vroeger ben ik ook Timman en Sokolov tegengekomen in Stockholm.

Nu gaat het er behoorlijk anders aan toe dan hier in de KNSB. Je speelt altijd 2 wedstrijden in het weekend tegen clubs die een beetje bij elkaar in de buurt liggen.
Logisch als je bedenkt dat het Zweden van noord naar zuid even lang is als van Bergen op Zoom tot nog voorbij Barcelona.

Maar goed, dat seizoen werd ik gevraagd of ik in ronde 3 en 4 kon invallen in het eerste omdat ze een speler miste.
“Waar spelen we?”
“Zaterdag in Haparanda en zondag in Lulea.” ( zoek die plaatsen maar even op, ja)
“Ok, leuk, hoe komen we daar?”
“Zaterdag om 07.30 verzamelen bij Stockholm Central, dan nemen we de pendelaar naar Stockholm airport, daarna vliegen we naar Lulea, en met een minibuss en rijden we naar Haparanda, en beginnen we 14.00. We zijn zondag 2100 weer in Stockholm”
“En wat zijn de kosten?”
“Oh, alleen je versnaperingen, reis en hotel wordt door de bond betaald”
“Ohhkay”

Aldus geschiedde, we wonnen daar met 3-5. Mijn Levitsky Attack werd door de Finse speler niet goed verdedigd en ik kon mijn eerste Allsvensk-punt bijschrijven.

We logeerden in Haparanda Stadshotell ( zeg maar de enige overnachtingsoptie) en daar was het in de bar bomvol. En luidruchtig. en relatief goedkoop. Het is een grensstad en net als bij havens en treinstations trekt dat speciaal volk smokkelaars, dronken Finnen, mensen die van alles van je willen, noem maar op. Van slapen kwam weinig – acht mannen op een feestreisje weten wel beter- en afgezien van de designated driver zaten we nog wat duizelig in het busje op weg naar Lulea. Ik voelde me inmiddels als een echte professional na al die logistieke verwennerij en lichtte ook een Zweed beentje in de Caro-Kann. De thuisclub beet in het stof, 3,5 – 4,5.

Daarna naar Kallax airport gereden, busje ingeleverd en naar huis gevlogen, met 4 matchpunten in het ruim.
We hebben ons dat jaar gehandhaafd met 6 matchpunten, was net genoeg.

Rob Hopman – Been