Portretten van Bergse schaakkampioenen: Freek Schouten
Freek Schouten is de derde Bergse schaker die we in dit kader interviewen. Freek is negen keer kampioen van BSV geweest en daarmee de tweede in de rij van recordkampioenen. Zijn eerste kampioenschap vierde hij in 1993 en zijn voorlopig laatste kampioenschap was in 2014. Het interview werd gehouden bij hem thuis, waar uw reporter heel vriendelijk werd ontvangen.
Er zitten gaten in Freeks zegereeks. Dat heeft deels te maken met de concurrentie maar zeker ook met zijn maatschappelijke carrière. Naast het schaken heeft hij na zijn hts chemische technologie ook nog een studie milieuhygiëne gedaan in Wageningen. Aansluitend heeft Freek in Nijenrode bedrijfskunde gestudeerd. En dan had hij ook nog een gezin. Niet vreemd dat het schaken soms op een iets lager pitje kwam te staan.
Op de vraag hoe, van wie en wanneer Freek schaken heeft geleerd, kwam het volgende verhaal. Freek zat in de 4e klas (tegenwoordig groep 6) van de basisschool en hij moest op een bepaald moment nablijven. Waarvoor? Dat weet hij niet meer. De meester gelastte hem ergens in het lokaal te gaan zitten. Vervolgens liepen een aantal leerlingen uit hogere klassen het lokaal binnen en gingen schaken. De meester vroeg op een bepaald moment wat Freek van een bepaalde stelling vond en omdat Freek niet kon schaken zei hij dat hij het niet wist. De meester vroeg toen waarom hij dan in het lokaal zat. Freek zei dat hij moest nablijven. Toen mocht hij kiezen of hij naar huis zou gaan of bij het schaken zou blijven. Freek koos voor het laatste. Dat was de eerste kennismaking met het edele schaakspel. Later op een camping kwam de tweede kennismaking. Iemand was daar aan het schaken en Freeks vader vertelde dat zijn zoon ook kon schaken en Freek werd uitgenodigd om ook eens te spelen. Op de middelbare school kwam hij verder in contact met het schaken en hem werd gevraagd om naar een schaakvereniging te komen. Hij voelde daar toen nog niets voor maar wel schreef hij zich in voor de voorrondes voor het jeugdkampioenschap van de RSB (Rotterdamse Schaak Bond, Freek is opgegroeid in Dordrecht). Hij werd in die voorronde vijfde en de eerste vijf waren gerechtigd om voor het Rotterdams jeugdkampioenschap te gaan spelen. Zo was Freek de enige speler die zonder dat hij op een club speelde, in de finale mocht spelen. In die finaleronde scoorde hij 50%, niet gek voor iemand die geen ervaring had met competitiewedstrijden.
Toen Freek 18 was is hij lid geworden van schaakvereniging Groothoofd in Dordrecht, waarvan het clubgebouw in de straat stond waar hij woonde. Freek ging ook naast de clubwedstrijden spelen in een team van Groothoofd. Eerst nog in het tweede maar al snel in het eerste team. Deze teams werden in de opvolgende jaren steeds kampioen. Zo speelden ze uiteindelijk in de promotieklasse en werden daar ook kampioen. De winnaars van de promotieklassen moesten dan tegen andere kampioenen spelen voor een plaats in de 3e klasse KNSB. Dat lukte toen niet. Inmiddels is het systeem helemaal veranderd en spelen alle schaakverengingen die lid zijn van de KNSB in de KNSB-competitie. Freek vertelt dat Groothoofd een ontzettend actieve vereniging was en dat ook buiten het schaken er veel onderling gedaan werd. Zo was er ook een sociëteit aan de club verbonden. Ook werden er trainingsweekenden georganiseerd die de onderlinge verstandhouding enorm goed deden.
Freek moest na zijn hts-studie in dienst en is toen een tijdje gestopt met schaken. Na zijn diensttijd kreeg hij een baan in Helmond. Daar is hij wel gaan praten met mensen van schaakvereniging HSC, maar kreeg daar geen goed gevoel bij en hij is dus daar geen lid geworden. Vervolgens ging Freek werken bij de gemeente Bergen op Zoom als medewerker bodem en chemisch afval. In die baan bleek ook de behoefte om verder te studeren hij ging dat doen in Wageningen en later in Nijenrode. Daarna ging Freek naar de afdeling milieu van de gemeente Reimerswaal, waar hij hoofd van die afdeling werd en nog steeds is.
Toen Freek in Bergen op Zoom ging werken, werd hij ook lid van BSV. Hij kwam net in de eindfase van recordkampioen Wim van der Neut en in de beginfase van de broertjes Erwin en Gordon Plomp. Van zijn eerste keer dat hij kampioen van BSV werd, herinnert Freek zich nog dat Gordon Plomp, die al twee keer kampioen van BSV was geweest, een mindere fase had en zich meer op de studie richtte dan op het schaken. Niettemin is hij in die tijd dat de concurrentie groot was twee keer kampioen geworden. Het was ook een bloeiperiode van BSV waar de teams van BSV in de lift zaten.
Freek herinnert zich dat hij de gepassioneerde sfeer die hij bij Groothoofd heeft meegemaakt ook weer bij BSV meemaakte. Hij noemt dan naast de gebroeders Plomp de namen van John Havermans, Patrick Speek, Dennis Koek, René Burger, Ton Goris. Het was leuk om bij BSV te spelen.
In een volgende periode bij BSV had Freek vooral ook contact met Arjon Severijen en Edwin van Dongen en de contacten met deze spelers duren nog voort. Alhoewel dat niet meer op het schaakbord is, maar nu met het padellen. Ook hier blijkt dat Freek heel gevoelig is voor sfeer. Ook herinnert Freek zich dat Arjon op een bepaald moment woonachtig was in Gibraltar en dat hij hem daar bezocht heeft en dat ze samen in het Gibraltar Open schaaktoernooi hebben gespeeld. Dat was zo leuk dat ze daar wel negen keer terug zijn geweest.
Samen met al deze spelers heeft Freek ook voor Belgische teams gespeeld in een team met voornamelijk Nederlandse spelers. In het begin met nog niet zoveel succes maar later kwamen die successen er wel.
Op de vraag hoe je een betere schaker kan worden, u herinnert zich vast wel dat we dat ook aan Erwin Plomp vroegen, gaf Freek aan dat het belangrijk is om veel partijen te spelen en dan ook deze partijen met elkaar te analyseren. Tegenwoordig kan je daarnaast natuurlijk ook de partijen met de computer analyseren. Soms komen er dan mogelijkheden naar voren die je aan het bord volledig gemist hebt. Dat met elkaar analyseren komt ook de sfeer weer ten goede.
Op de vraag wie hij een interessante Nederlandse schaker vindt, komt hij verrassend met Stefan Kuijpers, een vriend van Arjon Severijnen die ook een vriend geworden is van Freek. Van Stefan, een Internationaal meester, krijgt hij altijd nuttige tips wat schaaktechniek betreft, maar ook over schaakpsychologie.
Internationaal noemt Freek Magnus Carlsen als de sterkste speler ooit. Volgens hem heeft hij een heel diep begrip van het schaakspel. Dat blijkt vooral bij Chess 960, een variant van schaken die ook wel Fischer Random wordt genoemd omdat het door de eerdere wereldkampioen Bobby Fischer werd voorgesteld. De stukken staan dan niet in de normale beginpositie, maar enkele momenten voor de partij begint wordt geloot met welke van de 960 mogelijke beginstellingen er wordt gespeeld. Voorbereiding is dan vrijwel onmogelijk en dan komen de echt goede schakers naar voren.
Als interessante schaakspelers noemt Freek de Indiase spelers Erigaisie en Pranev die zulke eigen ideeën hebben. Het zijn bijzonder creatieve spelers.
Op de vraag wat hij nog in het schaakspel zou willen bereiken geeft hij als antwoord: ELO 2200. Zijn eigen speelstijl omschrijft Freek als meer strategisch dan tactisch. Hij is er een meester in om juist in stellingen waar het lijkt dat beide spelers gelijk staan toch opeens voordeel te bereiken. Dat komt door zijn uitstekende kennis van de eindspeltechniek.
Uiteraard kan een schaakpartij van Freek niet ontbreken. Hier is een partij waarbij hij zwart heeft en speelt tegen Robin Swinkels.
Deze partij werd gespeeld in de hoogste klasse van de NBSB-schaakcompetitie voor teams. De partij werd in Bergen op Zoom gespeeld op het eerste bord en BSV won mede door deze partij van Freek de wedstrijd. Robin Swinkels werd als jeugdlid meerdere keren Nederlands kampioen. In 2007 werd hij Internationaal Meester en in 2009 Grootmeester. Hij heeft tegenwoordig een rating van 2479. Een waarlijk grootmeesterlijke prestatie van Freek.
