BSV 3 – De Pion 3 5½-2½

In de aanloop tot dit West Brabantse duel werd ingeschat dat wij veruit favoriet waren gezien de ELO-ratings. Dat bracht Erwin Kalle er ook toe om mij voor te stellen reserve te zijn. Ik bracht dit over naar mijn team, maar er was enig oppositie, wat ik echter naast mij neer heb gelegd. Jan zou overigens BSV 4 sterker maken en Robert moest zijn kunsten laten zien in BSV 2.Toen Fred afbelde omdat hij ziek was, kon ik dus reserve Pieter-Jan in gaan zetten, maar Pieter-Jan zou, trouw aan BSV zoals hij is, dit wel doen, maar het had niet zijn voorkeur. In eerste instantie had ik bij voldoende spelers in dat weekend naar de Ardennen zijn gegaan, maar door allerlei ontwikkelingen zou dat pas zaterdag in de loop van de dag zijn. Ik heb toen de knoop doorgehakt en mezelf toch maar opgesteld op de lege plek waar Fred zou spelen. Vlak voor de wedstrijd kwam nog een bericht uit Roosendaal dat zij maar met 7 spelers zouden komen, maar vrijwel op hetzelfde moment werd dat ook weer herroepen door mijn (voor)naam genoot bij De Pion. Gelukkig dus 8 tegen 8.

Tijdens de wedstrijd werden we door Ger nog eens op scherp gesteld met de mededeling dat het een echte derby was en dat BSV die toch zou moeten winnen.

De 1- en 2-0 kwamen snel van de hand van Piet en Adry. De Pion 3 is een jeugdteam en aan de laatste borden zaten twee jeugdspelers zonder rating en noch Piet noch Adry hadden mededogen en wonnen zonder pardon. We laten nog even Piet aan het woord: mijn zeer jonge tegenstander speelde met het adagium: om te winnen moet je aanvallen. Kan een goede gedachte zijn op het schaakbord. Maar hij ging iets te voortvarend van start, waardoor er vele gaten vielen achter zijn linies en ik, met zwart spelend al snel een loper op d3 kon plaatsen, met zijn pionnen op c3, e3 en d2.Met stukken kon ik verder infiltreren op de damezijde en dat ging veel tot zeer veel materiaal opleveren. Zoals dat gaat met die jongens spelen ze door tot het mat. Voor 14.00 u was de partij afgelopen.

En nu Adry: ik speelde tegen een ratingloze jongen aan wie ik eerst nog moest uitleggen wat de a-lijn en wat de h-lijn was en welke cijfers erbij hoorden.  De partij was natuurlijk niet al te moeilijk. Hij liet zich met een kale koning tegen het halve bord aan stukken van mij mat zetten. Misschien speelde hij op pat? Denk niet dat hij wist wat dat was.

In mijn partij, René Punt bord 5, plaatste mijn tegenstander in een al wat mindere stelling, zijn dame en toren in dezelfde diagonaal en die kon ik met mijn loper aanvallen. Kwaliteitswinst dus. Daarna was het snel over en ondanks dat mijn tegenstander nog doorspeelde tot één zet voordat hij mat werd gezet, was het toch heel snel 3-0.

Mijn buurman aan bord 6, Rick, had het moeilijker, hier zijn eigen woorden: op bord 6 speelde ik met wit tegen een Franse variant, die ik niet goed kende. De partij ging gelijk op, tot ik dacht een briljante combinatie te zien. Toen het stof neerdaalde, bleek mijn genie vooral een stuk minder te hebben… letterlijk. Met een zucht gooide ik alles vol in de aanval (voortkomend uit wanhoop en bluf..), won een kwaliteit terug en tot mijn verbazing bezweek mijn tegenstander onder druk in een remiseachtige stelling. Geen schoonheidsprijs, wel een punt, en dat telt toch nog steeds. 4-0 dus en nog een half punt te gaan.

Maar Ton aan bord 4 had waarschijnlijk een black-out en verloor een stuk en daarmee de partij. 4-1 dus.

Omdat ik toch nog naar de Ardennen wilde afreizen en Piet als waarnemend teamleider ook snel naar huis ging, nam René Paardekam de honneurs als teamleider waar.

Ik weet dus niet in welke volgorde de volgende punten gescoord zijn, maar ik laat eerst onze eerste bord speler René aan het woord: speelde op bord 1 met zwart, opening Aljechin. Stond na 12 zetten technisch wel gewonnen maar wilde het te mooi doen en gaf dat voordeel weg. Mijn tegenstander zag een beslissende wending in zijn voordeel over het hoofd. Uiteindelijk d.m.v. een (tijdelijk) dame-offer een kwaliteit voorgekomen, toren tegen loper met 4 tegen 5 pionnen. Aangezien de loper van mijn tegen stander ingesloten stond was deze eenvoudig op te halen en was het punt binnen.

Bart, aan bord 3, moest het opnemen tegen ons vroegere jeugdlid Tano van Schilt, die zijn heil ging zoeken bij De Pion in Roosendaal. En Tano had beter bij ons kunnen spelen, want Bart ging ten onder. Onderschatting? Ik weet het niet. Tano was bij BSV ook al een enorm talent. Maar hier zijn de woorden van Bart: partij was redelijk in evenwicht, maar wel veel spanning in de stelling. Wilde dit niet accepteren en nam een te groot risico en blunderde een kwaliteit weg en daarmee de partij.

Tenslotte nog onze oud-voorzitter Henry aan bord 2 aan het woord: Ik kreeg mijn geliefde (met wit) Svesnikov op het bord. Tegenstander verdedigde taai. Eindspel (ik) 2 pionnen + loper tegen 1 pion met paard. De rest van het team was al lang klaar toen het na 66 zetten remise werd. De tegenstander had een uur daarvoor mijn remiseaanbod niet gehoord ?? Ook de computer zei dat ik niet zolang had hoeven doorspelen. Het werd dus 5½-2½ in ons voordeel. Ik had op meer gehoopt. Maar ik weet zeker dat Ton en Bart hun punten bewaren voor als het er echt om gaat! Op 22 november weer een test: HWP 4 in een uitwedstrijd. Onze junioren van BSV 4 hebben hen voorlopig al bang gemaakt. Nu moeten wij dat wel waarmaken en zeker niet gaan onderschatten.

Bergen op Zoom 31797De Pion 315125½-2½
Paardekam, R.A. (Rene)1881Wang, V. (Vincent)16151 – 0
Groenveld, H.A.G. (Henry)1878Verdult, E. (Ed)1542½ – ½
Kasteren van, B. (Bart)1817Schilt van, T. (Tano)15460 – 1
Vliet van, A. (Ton)1689Helouane, W.H.H. (Walid)00 – 1
Punt, R. (René)1837Kouters, M.J.H.E. (Tiny)13431 – 0
Vliet van, C.C.J. (Rick)0Pizzo, J. (Juan)01 – 0
Bruys, P.A.F. (Piet)1712Brouwers, B. (Boaz)01 – 0
Goris-Schouwstra, A.T.C. (Adry)1763Lee, W. (Wilson)01 – 0

René Punt, teamleider BSV 3